Populair wetenschappelijke artikelen
Agriholland
Gewoon Barbarakruid maakt verschillende chemische afweerstoffen aan Bij de plant Gewoon Barbarakruid ontdekten onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) een ongewone eigenschap. Binnen de soort komen twee typen voor die in bijna alles hetzelfde zijn, met uitzondering van de chemische afweerstof die ze produceren. Dit verschil maakt Gewoon Barbarakruid bijzonder interessant voor ecologen om meer inzicht te krijgen in de complexe relatie tussen planten en hun belagers. Drs. Hanneke van Leur heeft er een promotieonderzoek naar gedaan bij het NIOO en verdedigde haar bevindingen op 17 maart verdedigen in Wageningen.
Dat Gewoon Barbarakruid hoge concentraties van de afweerstof glucobarbarine bevat was al bekend. Dat er op een aantal plekken in Nederland ook Gewoon Barbarakruid groeit dat in plaats van glucobarbarine (BAR) de afweerstof gluconasturtiine (NAS) aanmaakt is nieuw. Deze vondst leverde de vraag op hoe het mogelijk is dat de twee afweertypen naast elkaar kunnen blijven bestaan. Kennis hierover is van groot belang om natuurlijke biodiversiteit beter te begrijpen. Daarnaast levert het nuttige informatie op voor de landbouw om de plaagafweer van voedselgewassen te verbeteren. Chemisch gezien is het verschil tussen de beide afweerstoffen miniem: Het betreft slechts één zuurstof-waterstof groep. Het effect op belagers kan echter aanzienlijk zijn omdat glucobarbarine en gluconasturtiine verschillende biologische effecten veroorzaken.
In een kasexperiment heeft Van Leur aangetoond dat rupsen van de koolmot snel afsterven als ze op bladeren van het BARtype werden gezet, terwijl ze zonder problemen van de NASplanten konden eten. In een proeftuin waar beide chemotypen van Gewoon Barbarakruid zijn aangeplant, heeft de NIOO-onderzoekster exact bijgehouden welke belagers op welke planten voorkwamen, zowel boven de grond als bij het wortelstelsel. Daaruit kwam naar voren dat de keuze van de plaagbeestjes in het veld varieerde en dat enkele specialistische insecten, zoals aardvlooien, galmuggen en de larven van de wortelvlieg, een duidelijke afkeer van het NAS-type vertoonden.
De conclusie is dus dat de twee typen Gewoon Barbarakruid door verschillende groepen insecten worden aangevreten. Dat verklaart waarom de beide chemotypen naast elkaar bestaan.
